FSO

Drijvende systemen worden al jarenlang gebruikt in offshoregebieden zonder pijpleidingsinfrastructuur. Het belang van deze systemen neemt evenwel nog toe naarmate men in steeds diepere wateren naar olie gaat boren. FPSO/FSO-systemen zijn uitgegroeid tot één van de meest commercieel haalbare concepten voor de ontwikkeling van olievelden op afgelegen locaties of in diepe wateren.

Het Maersk Oil Qatar project

Euronav kwam in 1994 voor het eerst in contact met deze markt door de inzet van VLCC's in de Golf en in West-Afrika. Euronav engageerde zich voor het Maersk Oil Qatar project (MOQ) (zie hieronder) vanwege de specifieke activa in eigendom: twee van de vier V-Plus-schepen die in de wereld bestaan m.n. de TI Asia (die toebehoorde aan Euronav) en de TI Africa (die toebehoorde aan het voormalige OSG, nu International Seaways Inc.). De TI Europe (in volle eigendom van Euronav) is één van de twee overblijvende niet-geconverteerde V-Plus schepen wereldwijd.

Euronav is ervan overtuigd dat de toekomst van dit nog niet geconverteerde schip ligt in een uitbating op lange termijn in de offshore sector. Het merendeel van de nieuwe olievelde die worden ontdekt, bevindt zich offshore. In veel gevallen gaat het om gigantische olievelden (Brazilië, West Afrika, Australië) waarvoor normaal zeer grote FSO's nodig zijn. Euronav is dan ook van mening dat er bij de uitbaters van offshore olievelden vraag zal zijn naar deze schepen.

Via het MOQ-project is Euronav opnieuw actief in de offshoremarkt. In 2010 kende MOQ twee contracten toe voor de levering van FSO-diensten op het Al Shaheen olieveld voor de kust van Qatar. De TI Asia en TI Africa ondergingen een ingrijpende verbouwing tot FSO-schepen. Beide schepen kunnen elk ongeveer 2,8 miljoen vaten ruwe olie verwerken en opslaan. Beide op maat gemaakte eenheden zijn sindsdien zonder onderbreking op het Al Shaheen olieveld actief.

FS0-verwerkingsproces van ruwe olie

De FSO's verwerken de ruwe olie gewonnen uit een oliereservoir onder de zeebodem, waaraan ze via een eenpuntsverankeringssysteem vastgekoppeld zijn. Olie en water worden via een onderwaterpijpleiding geladen op de FSO waar de olie en water worden verwarmd. Deze verwarming versnelt de scheiding van de twee organische componenten. Zodra water en olie zijn afgescheiden, wordt de olie in afzonderlijke laadtanks opgeslagen om vervolgens te worden geladen op exportschepen. Het water wordt na behandeling teruggepompt naar het onderwaterreservoir.

Type V-Plus
Afmeting FSO Africa 442.000 dwt
Afmeting FSO Asia 442.000 dwt
Bouwjaar 2002
Conversiejaar 2009-2010
Opslagcapaciteit 2.800.000 vaten
Totale lengte van de schepen 380m
Breedte 68m
Diepte 34m
Diepgang 24,53m

Offshore departement Euronav

In 2011 richtte Euronav een eigen offshore departement op teneinde opportuniteiten in deze sector te kunnen benutten. Euronav beschikt over twee troeven bij de ontwikkeling van een eigen offshore divisie. Ten eerste: schepen van hoogstaande kwaliteit die vanwege hun leeftijd minder inzetbaar worden op de traditionele markt van zeevervoer, maar die nog wel een tijdlang kunnen worden ingezet in de offshoremarkt omdat ze volgens de hoogste normen werden onderhouden. Ten tweede: zeer degelijke zeelieden en ingenieurs die zich makkelijk aanpassen aan nieuwe omgevingen. De bedoeling is dat dit departement de offshore markt opvolgt en aanbestedingen voorbereidt voor de projecten die voldoende scheepvaart georiënteerd zijn met de nadruk op projecten die in lijn liggen met de specifieke kwaliteiten van de schepen binnen de vloot van Euronav en waarvan de conversie alsook de uitbating kunnen worden opgevolgd.